1704:
Peter Cornelissen werd op 3 maart 1683 in Hamont gedoopt als zoon van Henricus Cornelis alias Aerts en Catharina Van Randeraedt die in 1671 in Hamont kerkelijk huwden.

De familie Van Randerade was bij haar verre voorouders verwant met de adellijke familie Van Boxtel, de vroegere heren van Grevenbroek. In de 16de en 17de eeuw leefde een tak van deze familie binnen de wallen van Hamont. Deze familie van chirurgijns en andere voorname lieden bewoonde vele jaren het huis De Wildeman. Hoe zij, en vooral Peter Cornelissen, bij de activiteiten van de wagenposterij geraakten is nog niet duidelijk. Als tiener verzorgde Peter, volgens latere verklaringen van Peter Quanten, de paarden van de Bosscher wagenposterij. Nog tijdens de Spaanse Successieoorlog leende hij 600 gulden uit aan de gemeente Hamont (1706), en aan de gemeente Achel (1704). Hoe hij als jongeman toen reeds over die voor die tijd enorme geldmiddelen beschikte is evenmin duidelijk.

In de gichten van Grevenbroek werd Peter nog regelmatig vermeld met een volkse naam als Post Peter of Pier Post. Na 1720 vinden we zijn naam niet meer terug in de schepenboeken van Grevenbroek en lijkt zijn relatie met de post verdwenen. Na de Spaanse Successieoorlog had men op de Groote Heide tussen Eindhoven en Grevenbroek de Aalster-, Leender- en de Hamontsehut gebouwd. Het waren kleine herbergen die het traject van vier uur over deze heide een stuk veiliger maakten. ’ s Avonds werd er in iedere hut kaarslicht ontstoken als baken voor de eenzame reizigers in een wirwar van zandwegen en –paden. Het eerste gebouw op Luiks grondgebied was de grote hoeve op Achels Beverbeek die vanaf dan de vaste stopplaats of afspanning van Grevenbroek werd.

Bron: Het boek “Hamont.
De geheimen van zijn brievenpost.
Achel op een kruispunt van
de diligences” auteurs Guido Tijskens
en Luk Van de Sijpe, pag 51, Hamont.